Naschoolse kansen voor elk kind: Manos laat zien wat werkt in de wijk
Wat gebeurt er na schooltijd? Voor veel kinderen is dat vanzelfsprekend: sport, muziekles of spelen met vrienden. Voor andere kinderen is dat moment juist kwetsbaar. De afgelopen jaren bood Manos in Maashorst kinderen na schooltijd kansen om zich te ontwikkelen. Nu de subsidie voor het programma is gestopt, onderzoeken de initiatiefnemers hoe de kracht van Manos – samenwerking, vroeg signaleren en een vertrouwd gezicht voor kinderen – duurzaam kan worden ingebed in bestaande structuren binnen de gemeente.
Eén netwerk rondom het kind
Manos ontstond een aantal jaar geleden vanuit de wens om naschoolse activiteiten beter op elkaar af te stemmen en toegankelijk te maken voor alle kinderen, om op deze manier kansengelijkheid te vergroten. Niet als los project van het onderwijs, maar als samenwerking van partners in de gemeenschap.
Maartje de Vet (projectcoördinator Manos) en Nicole Westhoff (Kiem) zijn nauw betrokken bij het initiatief. In de loop der jaren zagen zij hoe verschillende organisaties in de gemeente dezelfde ambitie delen. “Er zijn in Maashorst meerdere gemeentelijke structuren die werken aan een sterke sociale basis”, zegt Maartje. “Die geloven allemaal dat veel problemen voorkomen kunnen worden als je vroeg signaleert en als de gemeenschap naar elkaar omziet.”
Volgens Nicole sluit de werkwijze van Manos daar naadloos op aan. “Manos moet niet iets van het onderwijs alleen zijn. Het is iets van de gemeenschap. Het onderwijs kan een rol spelen, maar uiteindelijk gaat het erom dat kinderen in hun eigen wijk gezien worden.”
Een vertrouwd gezicht in de wijk
Een van de belangrijkste lessen die uit onderzoek van Kiem naar voren kwam: voor kinderen maakt het uit wie hun vertrouwde gezicht is. In de wijk rond Kindcentrum Vindingrijk ziet Sarah van Dillen dat dagelijks. Als brugfunctionaris verbindt zij school, wijk en gezinnen. “Ik ben letterlijk de brug tussen school en thuis”, vertelt ze. “Ouders komen bij mij met vragen over armoede, opvoeding of stress. Dingen die in het dagelijks leven spelen.”
Om contact te maken organiseert Sarah wekelijks een kidsclub, waar kinderen samen activiteiten doen en waar we hun ouders ook bij betrekken. “Dat werkt!”, ervaart Sarah. “Terwijl kinderen knutselen of spelen, ontstaan gesprekken. Zo bouwen we vertrouwen op.” Dat die aanpak wordt gewaardeerd, blijkt uit de extra groep op zaterdag die ouders inmiddels zelf organiseren.
Meer dan activiteiten
Binnen Manos gaat het niet alleen om sport of spel, maar ook om de signalen die tijdens de activiteiten zichtbaar worden. “Als je kinderen na schooltijd ziet, merk je soms eerder dat er iets speelt”, zegt Sarah. “Dan kan een kind even zijn verhaal kwijt.” Op Vindingrijk werkte Sarah regelmatig samen met Mikah, een pedagogisch medewerker die vanuit Manos actief was in de wijk. “We organiseerden bijvoorbeeld sportactiviteiten, maar het belangrijkste was dat we samen konden signaleren.”
Dat signaleren kan veel impact hebben. Een voorbeeld: toen leerkrachten merkten dat sommige kinderen moeite hadden met lezen, werd via de kidsclub de bibliotheek en de VoorleesExpress betrokken. Ouders gingen thuis weer met hun kinderen lezen. “Het begint vaak klein”, ervaart Sarah. “Maar juist daardoor kun je vroeg iets betekenen.”
Wat er verandert zonder subsidie
De afgelopen jaren werd Manos mogelijk gemaakt door de overheidssubsidie School en Omgeving. Die subsidie is inmiddels gestopt. Op drie plekken in Maashorst waar structureel naschools aanbod was, merken scholen en partners dat. “Het aanbod is niet meer zo veelomvattend als voorheen”, zegt Nicole. “Directeuren van de kindcentra en professionals in de wijk zien zien soms bepaalde patronen en uitdagingen weer terugkomen.”
Volgens Maartje is er wel veel blijven staan. “Ongeveer tachtig procent van het aanbod bestaat nog. Maar de samenhang en coördinatie zijn grotendeels verdwenen.” Vooral het verdwijnen van een verbindende rol in de wijk wordt gevoeld. “Mikah, de pedagogisch medewerker die tussen school en wijk werkte, was samen met Sarah een vertrouwd gezicht voor kinderen en ouders”, zegt Maartje. “Dat maakte een groot verschil.”
Niet de naam, maar de beweging
Toch gaat het volgens Maashorst Handen Ineen uiteindelijk niet om het vasthouden aan de bestaande vorm. Nicole: “Voor ons gaat het om de beweging erachter: een gemeenschap die samen verantwoordelijkheid neemt voor kinderen.”
Juist nu de subsidie is weggevallen, kijken de betrokken partners hoe de werkwijze van Manos kan aansluiten bij bestaande structuren in de gemeente. “We zien dat er veel overlap is met initiatieven die al bestaan”, zegt Maartje. “Bijvoorbeeld rond het werk van preventiewerkers en kinderwerk in de wijken.” Daar liggen kansen om de ideeën van Manos op een duurzame manier te laten doorleven. “Het zou heel logisch zijn als dit op natuurlijke wijze een plek krijgt binnen bestaande gemeentelijke structuren”, geeft Nicole aan.

Door de ogen van een kind
Hoe ziet de ideale toekomst eruit? Voor Maartje is dat helder: “Voor een kind is het belangrijk dat er een plek is waar je na school naartoe kunt. Dat er dezelfde gezichten zijn. Dat je weet: daar kan ik terecht en word ik gezien.” Juist die vertrouwde aanwezigheid maakt het mogelijk om kinderen te zien voordat problemen groter worden.
Sarah vat het samen: “De meest kwetsbare kinderen vallen als eerste buiten de boot. Daarom moeten we zorgen dat ze in beeld blijven.” Hoe dat precies georganiseerd wordt – onder de naam Manos of binnen een andere structuur – is volgens de betrokken partners uiteindelijk minder belangrijk. Zolang de gemeenschap samen blijft investeren in kansen voor kinderen.
#wedoenhetsamen #manos #kansengelijkheid #maashorst #maashorsthandenineen